In dit tweede deel van de geschiedenis van Winterwijk dat het Platteland behandelt is de stof niet chronologisch, maar naar onderwerp gerangschikt. Zo komt in het eerste hoofdstuk de eigenhorigheid aan de orde. Anders dan de hofhorigheid is de eigenhorigheid in vroegere publicaties nauwelijks behandeld, hoewel zij toch lang het leven van heel veel boeren heeft beheerst. Terwijl de hofhorigen zich gaande weg steeds meer konden verheugen over hun horige staat, verlangden de eigenhorigen zo spoedig mogelijk verlost worden van deze knellende band.

Een volgend hoofdstuk laat zijn licht schijnen op zaken die alle boeren betreffen, zoals de enorme betekenis van de woeste gronden voor de bedrijfsvoering van de boeren. Hier zochten hun scharminkelige koeien naar eetbaar gras en in het najaar hun varkens naar eikels. Hier zwoegden de boeren zelf vele dagen bij het steken van de plaggen die zij nodig hadden voor de bemesting van hun roggeakkers. De opbrengst van de roggebouw bepaalde voor een heel groot deel het inkomen van de landman; aan de hand van een voorbeeld kan de lezer zien dat dit inkomen niet royaal was. Wel treedt er in de loop van de achttiende eeuw een duidelijke verbetering op in het levenspeil, zoals blijkt uit een reeks van inventarislijsten.

In het dagelijks leven speelden geboorte, huwelijk en dood een grote rol, elk met bijbehorende gewoonten en plichten. Ook de obsessieve angst van de plattelandsbevolking voor tovenarij komt hier ter sprake; anders dan men misschien zou verwachten stond de overheid echter na 1600 volstrekt afwijzend tegenover aanklachten wegens tovenarij.

Het hoofdstuk over de Winterswijkse adel beschrijft de trieste aftakeling van de havezaten; de oorzaak hiervan was vooral gelegen in het te royale uitgavenpatroon van de adellijke eigenaars.

Het hoofdstuk over lezen en schrijven is daarentegen optimistisch van toon omdat het de vorderingen op het platteland in deze onmisbare vaardigheden tekent. Hierbij komen interessante bijzonderheden ter sprake, onder andere de betekenis van het meest verbreide merk, een stokje met een klein aftakkinkje.

Het hoofdstuk over de belastingen sluit het boek af. In de vele voorbeelden uit de praktijk van de belastinginning komen de lompheid en de niets ontziende hebzucht van de belastingpachters goed naar voren.

Drs. J.B. te Voortwis

U kunt het boek hier direct bestellen