PROFIEL HANS DE BEUKELAER


Drijvende kracht achter Fagus is Hans de Beukelaer. De Beukelaer werd in 1951 geboren in Aalten. Na zijn middelbare schoolopleiding aan de hbs in Groenlo studeerde hij aanvankelijk scheikunde in Nijmegen. Meer geïnteresseerd in het menselijke dan in het stoffelijke, stapte hij na enige tijd over op de studie sociale en culturele antropologie. Na een stage in Lapland studeerde hij in 1981 af: “De economie verkeerde in die tijd in een diepe crisis en niemand zat te wachten op een antropoloog met de specialisatie ‘het beerfeest en het sjamanisme’.” Met allerhande klussen en vrijwilligerswerk bij het Staring Instituut in Doetinchem voorzag hij in zijn onderhoud, tot hij zijn eerste betaalde opdracht kreeg, die in 1990 leidde tot het boek ‘Nijver in het groen’. Een nieuwe opdracht deed hem in 1991 besluiten tot de start van de uitgeverij. Zo is Fagus - Latijn voor ‘beuk’- ontstaan.

Inmiddels kent zijn fonds ruim honderd boeken, bijvoorbeeld over de industriële ontwikkeling, de textielnijverheid in de Achterhoek, een hardloper en over een kerkgemeenschap. Ruim een kwart van de boeken schreef hij zelf, in het begin op de zolderkamer en nu in het voormalige Rabobankgebouw in IJzerlo.

De jubileumboeken die De Beukelaer schreef over bedrijven, nemen een aparte plaats in: “Bij elk bedrijf raak ik weer geboeid door het menselijk aspect. Wat zijn dat voor mensen die beginnen met schroefjes en moertjes en met vallen en opstaan een prachtig vitaal bedrijf opbouwen? Dat heeft niets met opleiding te maken, maar met karakter, wilskracht, inzicht en overtuigingskracht. Ze nemen het initiatief vanuit bevlogenheid. Je kunt nooit precies zeggen wat nu de sleutel tot het succes is geweest. Soms past het bedrijf goed in de ontwikkeling van de tijd en soms is het succesvol tegen de stroom op. De mens is in alle gevallen de bepalende factor, maar de wijze waarop is telkens weer uniek.

Ik probeer altijd het verhaal achter het bekende verhaal te ontrafelen. Het uitzonderlijke van het bedrijf. Bij die zoektocht heb ik nog steeds veel plezier van een breed opgezet onderzoek dat ik heb uitgevoerd naar de ontwikkeling van de nijverheid in Nederland en die van de Achterhoek in het bijzonder. Die studie is verschenen onder de titel ‘Nijver in het groen’, inmiddels helaas uitverkocht. Dankzij die studie kan ik de ontwikkeling van een bedrijf interpreteren en toetsen aan de algemene lijn. Waar zijn afwijkingen en waar loopt het bedrijf in de pas?

De sociaal-culturele component is voor het verhaal vaak erg interessant. Misschien nog wel interessanter dan de economische. Achterhoekse bedrijven zijn van oorsprong (en meestal nog steeds) familiebedrijven, die een belangrijke rol spelen in de dorpsgemeenschap. Ook hier weer dat menselijke aspect, waardoor ik gegrepen word. Je kunt bijna spreken van een verliefdheid op het onderwerp. Maar ook op een omgeving waarin ik zelf ben opgegroeid. Er zit ook een persoonlijke betrokkenheid in. Natuurlijk wel altijd vanuit het perspectief van de objectieve historicus die ik ben.

Vanuit eenzelfde belangstelling en bewondering voor het menselijke vermogen iets te presteren, schreef ik het boek over de Aaltense hardloper Gerard Tebroke. Een gewone jongen die door een onverzettelijke bevlogenheid Nederlands kampioen werd op de tien kilometer. Ondernemers en topsporters: ze vinden elkaar op die karaktereigenschap. En daar herken ik ook veel van mezelf in.”

Zie hier de publicatielijst.