de geschiedenis van de familie Wolf(f)

Kruisdijk 14b  |  7122 JX Aalten  |  Tel: (0543) 466342  |  Fax: (0543) 466360  |  e-mail [email protected]

De schelpen, die op de stranden liggen, zijn de resten van een weekdier. Weekdieren zijn, na de  insecten, de grootste diergroep van de wereld. Er zijn meer dan 100.000 soorten. Ze leven op het land, in zoet water en in zee.


Zoals de naam het al aangeeft is een weekdier zacht. Het heeft geen botten. De schelp geeft bescherming aan het zachte weekdier. Het huisje is bij de meeste soorten zo groot dat het dier zich in de schelp kan terugtrekken als er gevaar bestaat. Ook beschermt de schelp het dier tegen beschadiging en uitdroging. Wanneer een schelpdier doodgaat blijft er niets meer van over. Alleen zijn huisje, de schelp, blijft bestaan.


Het lichaam van een schelpdier wordt omsloten door een mantel. Binnen liggen de organen. Aan de rand van de mantel wordt de schelp gevormd. Een schelp bestaat voornamelijk uit kalk. De kalk wordt uit het water opgenomen. Op grond van de bouw van de schelp zijn de weekdieren ingedeeld in een aantal groepen. Hier komen met name de slakken, waarvan het huisje uit één stuk bestaat, en de tweekleppigen, waarvan de schelp uit twee delen bestaat, aan de orde.


Op rotsen zijn vaak levende schelpdieren te zien. Vooral slakken. Op de stranden spoelen maar weinig levende schelpdieren aan. Soms is een slak bewoond door een heremietkreeft. Die heeft dan een schelp ‘gekraakt’.


Op de stranden van de Griekse eilanden zijn meer dan 400 soorten schelpen gevonden. In deze gids worden 80 soorten beschreven, waarvan de kans (redelijk) groot is ze te vinden. Vooral de kleinste soorten (soms maar enkele millimeters groot) zijn weggelaten. Alle beschreven schelpen zijn ver-zameld op het eiland Lesbos, maar komen ook op de andere Griekse eilanden voor.

Schelpen van de Griekse eilanden

Met extra informatie over vindplaatsen op Lesbos