de geschiedenis van de familie Wolf(f)

 

Kruisdijk 14b  |  7122 JX Aalten  |  Tel: (0543) 466342  |  Fax: (0543) 466360  |  e-mail [email protected]

De dichter Niels van den Berkel (66) is gepensioneerd leraar. Na een lange loopbaan in het onderwijs dacht hij memoires te gaan schrijven. Dit voornemen resulteerde in een bundeltje sonnetten, dat als vriendendienst uitgegeven werd door Fagus in IJzerlo.


Niels van den Berkel schrijft over zijn werk in het onderwijs. Allerlei aspecten daarvan komen in zijn poëzie aan de orde: correctie, toetsen, orde houden, collega’s, puberteit, stagiairs, pensioen, examens enz. Verreweg de meeste sonnetten zijn gekleurd door erotische gedachten. Uiteraard is er een taboe op dit vlak in het onderwijs en zeker ook als het homoseksuele gevoelens betreft. Het onbereikbare verlangen, de verzwegen frustratie en het stille verdriet, die hieruit voortkomen, zijn in de hele bundel voelbaar.


De sonnetvorm dwingt de dichter binnen veertien verzen in een bepaald rijmschema, met in acht name van een tweedeling te verwoorden wat hij te zeggen heeft. Het sonnet is dus een keurslijf, maar tegelijk een steun, want die regels gebieden de dichter alles wat zich als een chaos aan hem voordoet, te analyseren en kort en bondig te formuleren. Deze dichtvorm is tevens een structuur die vrijheid biedt, omdat de dichter zich niet meer hoeft te verliezen in een moeilijke keuze voor een van de vele andere dichtvormen die tot zijn beschikking staan.


Van den Berkel schrijft voornamelijk Italiaanse sonnetten en sonnetten op de manier van Shakespeare. Een tiental is in zijn eigen dialect geschreven, maar voor de lezers hertaald naar het Nederlands. De rijmschema’s van zijn sonnetten zijn niet altijd hetzelfde en vaak niet erg strak, maar hij rijmt wel steeds. De meeste gedichten zijn voortgekomen uit opdrachten die hij in de loop der jaren voor zijn eigen poëzielessen had bedacht en zelf eerst uitgeprobeerd.


Hij gaf zijn leerlingen bijvoorbeeld als opdracht poëzie te schrijven: een sonnet of een ander gedicht met of zonder een bepaald rijmschema. Ook vroeg hij zijn leerlingen gedichten te maken n.a.v. foto’s uit tijdschriften of kranten, over onbeantwoorde liefdes, school, films en sport. Kortom, hij bedacht opdrachten waarmee hij trachtte te appelleren aan de interesses van zijn leerlingen. Als hij zelf die opdrachten probeerde, kwam er natuurlijk iets uit dat betrekking had op zijn eigen leven en heel vaak als sonnet. Na zijn pensionering werkte hij al zijn probeersels om tot sonnetten. Deze bundel is het resultaat.


Veel sonnetten bieden de lezer een kleine, soms zelfs ietwat komische, anekdote, maar altijd is die doortrokken van een groot, onvervuld, pijnlijk verlangen en een gelaten melancholie. In alle gedichten klinkt ook steeds een onvoorwaardelijke liefde voor het onderwijs.


Voor velen die onderwijs geven, volgen of dat in het verleden hebben gedaan, moet het zeer herkenbaar zijn, wat hij wil zeggen.

 

Uit de school geklapt